ECLI:NL:RVS:2021:1369
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 21 december 2020 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep op 10 mei 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht zij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 30 juni 2021 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht en sluit aan bij eerdere jurisprudentie van de Raad van State. De uitspraak werd gedaan door mr. J.J. van Eck, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N. Tibold, griffier.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.