ECLI:NL:RVS:2021:1503
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielweigering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 23 februari 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 18 juni 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht zij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond is, zodat de vreemdeling niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van € 748,00, moet vergoeden. Deze kosten betreffen beroepsmatige rechtsbijstand door een derde.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 14 juli 2021, waarbij mr. D.I. van Kesteren als griffier aanwezig was. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.