ECLI:NL:RVS:2021:1543
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- E. Steendijk
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing omwisseling Curaçaos rijbewijs wegens verlopen geldigheid
De appellant vroeg op 22 februari 2019 bij de RDW om zijn Curaçaose rijbewijs om te wisselen voor een Nederlands rijbewijs. De RDW wees de aanvraag af omdat het Curaçaose rijbewijs op dat moment niet meer geldig was. De appellant voerde aan dat artikel 44, derde lid, van het Reglement rijbewijzen van toepassing was, dat een uitzondering maakt voor rijbewijzen die hun geldigheid verloren door verstrijken van de geldigheidsduur, mits het overgelegde rijbewijs was afgegeven door omwisseling tegen een eerder afgegeven rijbewijs.
De appellant stelde dat het eerdere rijbewijs ook een buitenlands rijbewijs kon zijn, zoals het Colombiaanse rijbewijs dat hij eerder bezat, en dat de wetstekst en toelichting dit toelieten. De rechtbank en de Raad van State oordeelden echter dat de uitzondering alleen geldt indien het eerdere rijbewijs een Nederlands rijbewijs is. Dit volgt uit de tekst van artikel 44, de Nota van Toelichting, en eerdere jurisprudentie.
De Raad van State bevestigde dat het Curaçaose rijbewijs niet meer geldig was ten tijde van de aanvraag en dat het derde lid van artikel 44 niet Pro van toepassing was omdat het eerdere rijbewijs een Colombiaans rijbewijs betrof. De afwijzing door de RDW was daarmee terecht en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. De RDW hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De aanvraag tot omwisseling van het Curaçaose rijbewijs is terecht afgewezen omdat het rijbewijs niet geldig was en het eerdere rijbewijs geen Nederlands rijbewijs was.