ECLI:NL:RVS:2021:1578
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- E. Steendijk
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing huurtoeslag wegens te hoge rekenhuur in 2018
Appellant huurde in 2018 een woning in Wehe-den Hoorn en ontving aanvankelijk een voorschot huurtoeslag van €3.711,00. De Belastingdienst stelde bij besluit van 15 maart 2019 het voorschot op nihil wegens een te hoge rekenhuur en vorderde terugbetaling.
De rechtbank oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat de rekenhuur niet hoger was dan €710,68, mede omdat geen huurovereenkomst werd overgelegd en de door appellant overgelegde correspondentie en betalingen onvoldoende duidelijkheid boden over de huurprijs.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zij de huurovereenkomst niet kon overleggen omdat deze niet in het bezit was van de verhuurster en dat extra betalingen waren gedaan voor bijkomende kosten. De Raad van State stelde dat appellant op andere wijze, zoals via bewijs van betaling, moest aantonen dat de huurprijs niet hoger was dan de grens.
De Raad van State concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de rekenhuur niet hoger was dan €710,68, mede gezien tegenstrijdige brieven van de verhuurster en onduidelijkheid over extra betalingen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de huurtoeslag bevestigd.