ECLI:NL:RVS:2021:1591
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor wijziging bestemming horecaruimte en woning ondanks bezwaar omwonenden
Het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard verleende een omgevingsvergunning voor het wijzigen van de bestemming van de eerste etage naar een horecaruimte en een woning op de tweede etage van een pand in Oud-Beijerland. Twee omwonenden, appellanten, maakten bezwaar tegen deze vergunning omdat zij stelden dat niet voldaan werd aan het bestemmingsplan, dat vereist dat op een van de etages gewoond moet worden.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State. De appellanten voerden aan dat het college ten onrechte aannam dat op de tweede etage daadwerkelijk gewoond zou worden, terwijl het pand volgens hen niet bewoond was en de vergunninghouder ook niet de intentie had om te wonen.
De Raad van State overwoog dat het college moest beslissen op basis van de ingediende aanvraag, waarin een woonruimte op de tweede etage was opgenomen. De omstandigheden dat het pand ten tijde van het bezwaar nog niet bewoond was, waren onvoldoende om te concluderen dat het bouwwerk niet conform het bestemmingsplan zou worden gebruikt. De Raad bevestigde dat handhaving tegen eventuele illegale horeca-activiteiten een aparte kwestie is en niet in deze procedure aan de orde is.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde daarmee het besluit van de rechtbank. Het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.