ECLI:NL:RVS:2021:1612
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- F.D. van Heijningen
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhaving bouwwerken en gebruik perceel Maastricht
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg inzake handhavingsverzoeken tegen bouwwerken en het gebruik daarvan op een perceel aan de [locatie B] te Maastricht. Het college van B&W had meerdere verzoeken van appellant om handhavend op te treden afgewezen. De rechtbank oordeelde onder meer dat de overschrijding van de bouwhoogte van het bijgebouw niet gering was en vernietigde het besluit op dat punt, maar verklaarde verder de beroepen ongegrond.
Appellant stelde onder meer dat de gehele voorgevel van het bijgebouw de voorgevellijn overschrijdt, dat de bouw- en goothoogte meer dan vergund zijn overschreden, dat de woning zonder vergunning in stand wordt gehouden, en dat het voegwerk niet als gewoon onderhoud kan worden aangemerkt. De Afdeling overwoog dat de overschrijding van de voorgevellijn beperkt is tot ondergeschikte bouwdelen en dat de bouwhoogte-overschrijding moet worden vastgesteld door het college. De geringe overschrijding van de goothoogte rechtvaardigt geen handhaving gezien de belangenafweging en advies van de welstandscommissie.
Verder is de woning gebouwd vóór het vergunningstelsel en daarom niet in strijd met de Wabo. De wijziging van het voegwerk is gewoon onderhoud. De vergroting van het bijgebouw was vergunningvrij omdat het functioneel ondergeschikt was. Ten aanzien van de tijdelijke bewoning van het bijgebouw is concreet zicht op legalisatie aanwezig vanwege een verleende omgevingsvergunning. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.