ECLI:NL:RVS:2021:1668
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over geen belanghebbende bij Wbr-vergunning herinrichting afrit N35
De minister van Infrastructuur en Waterstaat verleende op 8 maart 2019 een vergunning aan de gemeente Enschede voor het opnieuw inrichten van afrit 25 van de Rijksweg N35. Merwehave en andere, eigenaren van nabijgelegen vestigingen, stelden dat de herinrichting de verkeersveiligheid en bereikbaarheid van hun locaties negatief zou beïnvloeden.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat Merwehave en andere geen belanghebbenden zijn bij het besluit omdat de vergunning alleen betrekking heeft op het waterstaatswerk afrit 25 en niet op het gemeentelijke kruispunt of de aanrijroutes naar hun vestigingen. Hierdoor werd hun bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
In hoger beroep betoogden Merwehave en andere dat zij wel degelijk belanghebbenden zijn vanwege de onlosmakelijke relatie tussen de afrit en het kruispunt en verwezen zij naar mogelijke onveilige situaties en slechtere bereikbaarheid. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde echter vast dat de vergunning geen directe wijziging aan de aanrijroutes veroorzaakt en dat de gevolgen voor de vestigingen voortkomen uit andere aanpassingen aan het kruispunt.
Verder werd geoordeeld dat het indienen van een zienswijze in de voorprocedure niet automatisch het belanghebbende zijn impliceert en dat de bezwaarprocedure geen schending van het Verdrag van Aarhus oplevert. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat Merwehave en andere geen belanghebbenden zijn bij de vergunning.