ECLI:NL:RVS:2021:1684
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Intrekking exploitatievergunningen horeca wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen bevestigd
De burgemeester van Den Helder trok op 6 december 2016 de exploitatievergunningen van twee horecabedrijven van [appellante sub 2] tijdelijk in vanwege aanwijzingen dat vreemdelingen zonder geldige tewerkstellingsvergunning arbeid verrichtten. De voorzieningenrechter schortte deze besluiten, waarna de burgemeester het bezwaar ongegrond verklaarde en de intrekking beperkte tot een kortere periode.
De rechtbank Noord-Holland vernietigde dit besluit en oordeelde dat geen overtreding was begaan, mede omdat de vreemdelingen later met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning kregen. De burgemeester ging in hoger beroep, stellende dat de terugwerkende kracht niet leidt tot legalisering van de arbeid op het moment van controle en dat de intrekking ook op grond van slecht levensgedrag gerechtvaardigd was.
De Raad van State overwoog dat het bestuursorgaan bij heroverweging feiten en omstandigheden ten tijde van het besluit moet betrekken en nieuwe ontwikkelingen alleen als deze niet in strijd zijn met doel en strekking van de norm. De aanwijzingen van illegale arbeid waren voldoende voor de intrekking, ondanks de latere verblijfsvergunningen. De intrekking werd als evenredig beoordeeld, mede vanwege de beperkte duur.
Het hoger beroep van de burgemeester werd gegrond verklaard, het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van [appellante sub 2] ongegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Het beroep van [appellante sub 2] werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep van de burgemeester gegrond en bevestigt de intrekking van de exploitatievergunningen wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.