ECLI:NL:RVS:2021:1742
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsommen voor verstrekken alcohol aan minderjarigen in horecabedrijf
De zaak betreft dwangsommen die de burgemeester van Noordwijk heeft ingevorderd bij ’t Zeepaardje, een horecabedrijf, wegens het verstrekken van alcohol aan minderjarigen. Na eerdere overtredingen werd een last onder dwangsom opgelegd, waarbij bij herhaling dwangsommen verbeurd zouden worden. Ondanks een proefontheffing voor drie avonden in de kerstvakantie 2018, waarbij minderjarigen toegang mochten krijgen, werd alcohol verstrekt aan minderjarigen op twee van deze avonden.
De burgemeester legde hiervoor dwangsommen op, die ’t Zeepaardje betwistte. De commissie bezwaarschriften adviseerde om invordering te herroepen vanwege bijzondere omstandigheden, maar de burgemeester wees dit af. De rechtbank vernietigde het besluit van de burgemeester tot afwijzing van bezwaar, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Raad van State bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat ’t Zeepaardje er niet op mocht vertrouwen dat overtredingen gedoogd zouden worden.
De Afdeling benadrukt het belang van handhaving en invordering van dwangsommen en stelt dat ’t Zeepaardje zelf verantwoordelijk was voor naleving van de regels. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van ’t Zeepaardje wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.