ECLI:NL:RVS:2021:181
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 24 januari 2018 een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 11 april 2019 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het incidenteel hoger beroep ongegrond was en het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. De Afdeling overwoog dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat aanvullend onderzoek naar de familierelatie moest worden gedaan, terwijl het rapport van Bureau Documenten onbestreden was en de huwelijksakte vals bleek. De staatssecretaris had terecht het verzoek afgewezen en hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.