ECLI:NL:RVS:2021:1854
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 28 juni 2021 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond op 26 juli 2021. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. Dit houdt in dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze beslissing is genomen op basis van artikel 8:81 en Pro 8:83 lid 3 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de belangen van de vreemdeling en de voortgang van het hoger beroep zorgvuldig zijn afgewogen. De uitspraak werd gedaan op 19 augustus 2021 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier N. Tibold.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.