ECLI:NL:RVS:2021:1860
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico terugkeer Griekenland
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluit van 22 september 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag bevestigde dit besluit bij uitspraak van 3 december 2020. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betreft de vraag of de vreemdeling bij terugkeer naar Griekenland een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest. De Afdeling verwijst naar recente uitspraken van 28 juli 2021 die stellen dat de staatssecretaris haar beslissing beter moet motiveren.
De Afdeling oordeelt dat de motivering van de staatssecretaris onvoldoende is en verklaart het hoger beroep gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, evenals het besluit van 22 september 2020. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van 22 september 2020 tot niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard.