ECLI:NL:RVS:2021:1883
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 juni 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 19 juli 2021 dit beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 25 augustus 2021 beslist dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen met toepassing van artikel 8:81 en Pro 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G.M.H. Hoogvliet, in aanwezigheid van griffier J.W. Prins. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.