ECLI:NL:RVS:2021:1897
Raad van State
- Hoger beroep
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-bevoegdheid college tot handhaving tegen aanmeren Nautic Loft als woonschip in jachthaven
Het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem legde een last onder dwangsom op aan de eigenaar van de Nautic Loft, omdat het aanmeren in de jachthaven volgens het college in strijd was met het bestemmingsplan en de Wabo. De rechtbank oordeelde echter dat het college niet bevoegd was tot handhaving omdat het onderscheid tussen pleziervaartuig en woonschip niet helder was en de Nautic Loft niet als woonschip kon worden aangemerkt.
Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het bestemmingsplan en de planregels geen definitie van pleziervaartuig of woonschip bevatten en dat de uitleg van het college niet kon worden gevolgd. De Afdeling stelde vast dat de Nautic Loft hoofdzakelijk voor recreatie wordt gebruikt en daarmee voldoet aan de definitie van pleziervaartuig in de Schepenverordening.
Daarmee was het aanmeren van de Nautic Loft toegestaan binnen de jachthavenbestemming en was het college niet bevoegd om handhavend op te treden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.