ECLI:NL:RVS:2021:192
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening opschorting uitvoering uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 2 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat de uitspraak van de rechtbank niet uitgevoerd hoeft te worden totdat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter achtte het spoedeisend belang aanwezig vanwege de naderende overdrachtstermijn volgens de Dublinverordening.
De voorzieningenrechter besloot bij wijze van ordemaatregel de werking van de uitspraak van de rechtbank op te schorten zolang geen uitspraak is gedaan op het hoger beroep. De vreemdeling krijgt de gelegenheid om inhoudelijk te reageren. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De voorlopige voorziening schort de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op totdat het hoger beroep is beslist.