ECLI:NL:RVS:2021:1979
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan vreemdeling
Bij besluit van 20 mei 2021 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 5 augustus 2021 ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak werd hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet zou worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist en om opvang en verstrekkingen te verkrijgen. De voorzieningenrechter overwoog dat gelet op de aangevoerde omstandigheden een voorlopige voorziening passend was, conform eerdere jurisprudentie.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mocht worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 2 september 2021 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.