ECLI:NL:RVS:2021:199
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.J. Borman
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens interstatelijk vertrouwensbeginsel
De vreemdeling uit Sudan had in Malta eerder een asielaanvraag ingediend en diende vervolgens een aanvraag in Nederland in. De staatssecretaris weigerde deze aanvraag in behandeling te nemen, omdat Malta volgens hem verantwoordelijk was op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank oordeelde echter dat de staatssecretaris ondeugdelijk had gemotiveerd dat Malta geen structurele tekortkomingen kent in detentie en opvang van Dublinclaimanten, mede gelet op het AIDA-rapport.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat hij gemotiveerd had betoogd dat Malta zich houdt aan zijn internationale verplichtingen en dat het AIDA-rapport niet aantoont dat Dublinclaimanten structureel worden gedetineerd of dat er geen effectief rechtsmiddel bestaat. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met de specifieke passages uit het AIDA-rapport die de detentiepraktijken en rechtsmiddelen in Malta toelichten.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wees de Raad het beroep op de hardheidsclausule af, omdat de vreemdeling dit niet had weersproken. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.