ECLI:NL:RVS:2021:2100
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 14 juli 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 10 september 2021 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond is en bepaalde dat de vreemdeling niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 748,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze beslissing werd op 20 september 2021 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter C.M. Wissels in aanwezigheid van griffier N. Tibold. De voorlopige voorziening beschermt de vreemdeling tegen uitzetting gedurende de procedure bij de Raad van State.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.