ECLI:NL:RVS:2021:334
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit en dwangsom bij verharding op vakantiepark in strijd met beheersverordening
Het college van burgemeester en wethouders van De Wolden wees het verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen verharding op een vakantiepark af. Na eerdere procedures oordeelde de Afdeling dat het college bevoegd was tot handhaving. Het college stelde vervolgens een begunstigingstermijn van ongeveer een jaar voor verwijdering van de verharding en legde een dwangsom op.
Appellant stelde dat de begunstigingstermijn te lang was en de dwangsom te laag. De Afdeling oordeelde dat de termijn wezenlijk langer was dan noodzakelijk, aangezien de verharding binnen enkele weken verwijderd kon worden. De hoogte van de dwangsom werd als redelijk beoordeeld. Tevens stelde appellant dat het college niet tijdig had beslist op zijn bezwaar, wat leidde tot een dwangsom van €46 wegens te late besluitvorming.
De Afdeling verklaarde beroepen tegen een brief en het uitblijven van een besluit niet-ontvankelijk, vernietigde het besluit van 20 mei 2020 vanwege de te lange begunstigingstermijn en het besluit van 24 juli 2020 over de dwangsommen. Het college werd opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 20 mei 2020 wordt vernietigd vanwege een te lange begunstigingstermijn en het college moet binnen vier weken een nieuw besluit nemen met een passende termijn en een dwangsom bij overschrijding.