ECLI:NL:RVS:2021:2218
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen omgevingsvergunning voor rijhal met paardenstalling in Roermond
Het college van burgemeester en wethouders van Roermond verleende op 7 april 2020 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een rijhal met paardenstalling en bijbehorende voorzieningen. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit en stelden beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling onderzocht ambtshalve de ontvankelijkheid van het beroep. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient eerst bezwaar te worden gemaakt voordat beroep kan worden ingesteld, tenzij het bestuursorgaan instemt met rechtstreeks beroep op grond van artikel 7:1a Awb. In dit geval was geen dergelijk verzoek ingediend in het bezwaarschrift tegen het besluit van 7 april 2020.
De Afdeling oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat de bezwaarfase niet is doorlopen en het verzoek tot rechtstreeks beroep ontbrak. De eerder door de Afdeling toegepaste judiciële lus (artikel 8:113 Awb Pro) maakt dit niet anders. Het college dient een besluit op het bezwaar te nemen waartegen beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld.
De griffierechten voor het beroep worden aan appellanten terugbetaald. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voorafgaand bezwaar met verzoek tot rechtstreeks beroep.