ECLI:NL:RVS:2019:2623
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- R.W.L. Koopmans
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning voor rijhal wegens strijd met welstandseisen en planregel
Het college van burgemeester en wethouders van Roermond verleende op 12 december 2017 een omgevingsvergunning aan de initiatiefneemster van een bedrijf voor het bouwen en legaliseren van een rijhal met paardenstalling aan een locatie in Roermond. Tegen dit besluit werd beroep ingesteld door meerdere appellanten, die onder meer stelden dat archeologische waarden onvoldoende waren beschermd en dat hun woon- en leefklimaat was verslechterd.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit voor zover planregel 3.2.6 van het bestemmingsplan niet in het besluit was opgenomen. Het beroep was voor het overige ongegrond. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van appellanten gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover deze het beroep gegrond had verklaard wegens het ontbreken van planregel 3.2.6.
De Afdeling oordeelde dat het college bevoegd was om af te wijken van de dakhelling volgens het bestemmingsplan, dat de bezwaren over de nokventilatie en leidingenstrook niet slaagden, en dat de archeologische belangen niet rechtstreeks door appellanten konden worden ingeroepen. Wel stelde de Afdeling vast dat het besluit in strijd was met artikel 3:46 van Pro de Awb omdat het college ten onrechte had volstaan met een algemeen stempeladvies van de Commissie Beeldkwaliteit en onvoldoende rekening had gehouden met de beoordelingscriteria voor het buitengebied en het gebruik van natuurlijke bouwmaterialen. De Afdeling vernietigde daarom het besluit en bepaalde dat tegen het nieuwe besluit slechts beroep kan worden ingesteld bij haar. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het college van Roermond wordt vernietigd wegens strijd met welstandseisen en het ontbreken van planregel 3.2.6 in het besluit.