ECLI:NL:RVS:2021:2222
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod wegens ernstig en onmiddellijk gevaar voor veiligheid partner en kind
De burgemeester van Alphen aan den Rijn legde op 14 oktober 2020 een huisverbod van tien dagen op aan appellant na een incident op 12 oktober 2020 waarbij mishandeling werd gemeld door zijn vrouw. De vrouw deed aangifte en meldde eerdere geweldsincidenten en bedreigingen. De burgemeester baseerde het besluit op het Risicotaxatie-instrument huiselijk geweld en de aangifte.
Appellant stelde dat er geen ernstig en onmiddellijk gevaar was en dat de rechtbank ten onrechte het huisverbod handhaafde. Hij betoogde dat de geneeskundige verklaring pas na het besluit dateerde en dat de situatie na het incident vreedzaam was verlopen. Ook wees hij op het ontbreken van veiligheidsafspraken op het moment van de uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat het huisverbod een ingrijpende maar noodzakelijke bestuurlijke maatregel is om escalatie te voorkomen. De burgemeester mocht op basis van de beschikbare informatie het ernstige vermoeden van gevaar aannemen. De geneeskundige verklaring mocht worden meegewogen, ook al dateerde deze van na het besluit. Het feit dat appellant strafrechtelijk werd vrijgesproken deed hieraan niet af omdat het huisverbod een lagere bewijsstandaard hanteert en gericht is op bescherming en afkoeling.
De Raad van State bevestigde dat de burgemeester in redelijkheid gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid en dat het huisverbod niet onterecht werd gehandhaafd. Het ontbreken van veiligheidsafspraken en de weigering van appellant om mee te werken aan gegevensuitwisseling met hulpverlening rechtvaardigden het voortduren van het huisverbod.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het huisverbod van tien dagen opgelegd door de burgemeester wordt bevestigd wegens ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van de vrouw en dochter.