ECLI:NL:RVS:2021:2261
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.J. Borman
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel Sri Lankaanse vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees een asielaanvraag van een Sri Lankaanse vreemdeling af, omdat hij niet aannemelijk achtte dat de autoriteiten in Sri Lanka hem bescherming konden bieden tegen de Aava bende. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris zijn standpunt ondeugdelijk had gemotiveerd en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met recente rapporten en nieuwsberichten waaruit blijkt dat de Sri Lankaanse autoriteiten wel degelijk optreden tegen de Aava bende. De Raad van State gaf de staatssecretaris gelijk en vernietigde het vonnis van de rechtbank.
Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling voldoende had betrokken in het voornemen en besluit en dat het beroep op het traumatabeleid niet slaagde omdat dit beleid alleen geldt voor asielverblijfsvergunningen.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het beroep van de staatssecretaris gegrond, het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling ongegrond en het vonnis van de rechtbank vernietigd.