ECLI:NL:RVS:2021:2319
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 20 september 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 september 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet uitgezet te worden totdat op het hoger beroep is beslist, gegrond is. Daarom werd de voorlopige voorziening getroffen dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet gedurende de duur van het hoger beroep. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter mr. A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier mr. G.A. van de Sluis, op 18 oktober 2021. De beslissing betreft een voorlopige voorziening in een vreemdelingenrechtelijke zaak, waarbij de belangen van de vreemdeling in afwachting van de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep worden beschermd.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.