ECLI:NL:RBDHA:2021:16537
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering en afvalligheid in Iran
Eiser, een Iraanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De rechtbank heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk is bekeerd tot het christendom en dat zijn afvalligheid van de islam niet geloofwaardig is.
De rechtbank nam het asielrelaas van eiser, waaronder zijn tatoeages met christelijke symbolen, zijn evangelisatieactiviteiten en zijn deelname aan politieke demonstraties in Nederland, in overweging. Verweerder heeft deze elementen beoordeeld en geconcludeerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar Iran, mede omdat eiser zijn tatoeages kan bedekken en zijn bekering niet overtuigend heeft toegelicht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende gemotiveerd heeft waarom hij de verklaringen van eiser en de rapporten van Stichting Gave niet volledig heeft gevolgd. Ook is vastgesteld dat eiser geen diepgewortelde innerlijke overtuiging heeft aangetoond en dat zijn politieke activiteiten in Nederland geen risico op vervolging in Iran rechtvaardigen.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is de asielaanvraag terecht afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardige bekering en afvalligheid en het ontbreken van een reëel vervolgingsrisico.