ECLI:NL:RVS:2021:242
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens intrekken besluit en behandeling asielaanvraag
De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De rechtbank had dit beroep ongegrond verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure trok de staatssecretaris het besluit van 14 mei 2020 in en liet weten dat de asielaanvraag van de vreemdeling alsnog in de nationale asielprocedure zal worden behandeld, omdat de overdrachtstermijn van de Dublinverordening was verstreken. De vreemdeling hield haar hoger beroep aan, met het verzoek om proceskostenvergoeding.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat de vreemdeling onvoldoende belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling, nu het beoogde resultaat is bereikt. Tevens werd verwezen naar een eerdere uitspraak waarin werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden wanneer hij het besluit intrekt vanwege tijdsverloop.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het besluit is ingetrokken en de asielaanvraag alsnog wordt behandeld.