ECLI:NL:RVS:2021:2459
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen gedoogplicht aanleg hoogspanningsverbinding
De minister legde op 19 juli 2021 op verzoek van TenneT TSO B.V. aan rechthebbenden, waaronder verzoeker, een plicht op tot het gedogen van de aanleg en instandhouding van de hoogspanningsverbinding Zuid-West 380kV-West-Borssele-Rilland, inclusief tijdelijke werkterreinen en wegen op de percelen van verzoeker.
Verzoeker stelde dat het besluit van rechtswege geschorst was door het instellen van beroep en dat het besluit ernstige procedurele gebreken vertoonde, waaronder het ontbreken van een fysieke zitting en schending van hoor en wederhoor. Tevens vreesde hij dat de aanleg de bedrijfsvoering van zijn biologisch dynamisch landbouwbedrijf ernstig zou schaden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beroep niet schorsende werking heeft en dat de belangenafweging bij de voorlopige voorziening moet plaatsvinden. Hoewel verzoeker belang had bij schorsing vanwege mogelijke contaminatie en verlies van SKAL-certificering, achtte de rechter de toegezegde maatregelen van TenneT, zoals het gebruik van schoon materieel en toezicht, voldoende.
Tegenover het belang van verzoeker stond het zwaarwegende maatschappelijk belang van TenneT bij tijdige aanleg van de verbinding om de leveringszekerheid en wettelijke verplichtingen te waarborgen. De voorzieningenrechter concludeerde dat het gebruik van de percelen niet grotendeels onmogelijk wordt en dat de belangen van verzoeker niet onevenredig worden geschaad.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd de minister niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot gedoogplicht wordt afgewezen.