Uitspraak
Datum uitspraak: 10 november 2021
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
Raad van State
De raad van de gemeente De Ronde Venen stelde op 21 februari 2019 het bestemmingsplan "Buitengebied-West" vast, dat het juridisch-planologisch kader voor het westelijke buitengebied actualiseert. Diverse appellanten, waaronder eigenaren en gebruikers van agrarische en bedrijfspercelen, stelden beroep in tegen onderdelen van het plan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde deze beroepen en oordeelde dat de raad op verschillende punten onzorgvuldig had gehandeld en dat bepaalde planregels niet in overeenstemming waren met het recht.
Zo werd de aanduiding "specifieke vorm van wonen - plattelandswoning" voor een woning in Mijdrecht vernietigd vanwege belangenverstrengeling bij de beoordeling van de ruimtelijke onderbouwing. Ook werd de aanduiding voor een ligplaats van een historisch schip vernietigd omdat de planregels onvoldoende borgen dat alleen het specifieke historische schip daar ligplaats mag nemen. Verder werd het bestemmingsplan voor een perceel met bedrijfsdoeleinden deels vernietigd omdat bestaande rechten niet waren vastgelegd en de motivering van afwijzingen onvoldoende was.
De Afdeling oordeelde tevens dat de planregeling voor woonschepenligplaatsen onjuist was omdat een woonschip als bouwwerk moet worden aangemerkt en een bouwvlak vereist is. Voor andere beroepen, zoals verzoeken om uitbreiding van bouwvlakken of bestemmingen, werd geoordeeld dat de raad binnen zijn beleidsvrijheid had gehandeld. De Afdeling droeg de raad op binnen gestelde termijnen nieuwe besluiten te nemen en bepaalde dat bepaalde vernietigde onderdelen worden vervangen of dat rechtsgevolgen in stand blijven.
Uitkomst: Delen van het bestemmingsplan Buitengebied-West worden vernietigd wegens strijd met zorgvuldigheid en onjuiste planregels; de raad wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen.