ECLI:NL:RVS:2021:249
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing urgentieverklaring maatschappelijke opvang
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees op 8 juli 2019 het verzoek van appellant om een urgentieverklaring af, omdat hij verbleef in maatschappelijke opvang en gebruik kon maken van een voorliggende voorziening. Appellant, dakloos en verblijvend in crisisopvang, stelde dat zijn gezondheid en verslavingsproblematiek een stabiele thuissituatie vereisten. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond op 27 februari 2020.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de procedure bleek dat appellant inmiddels in een omslagwoning woont. De Afdeling vroeg appellant om zijn belang bij een inhoudelijke beoordeling toe te lichten. Appellant voerde aan dat hij een principieel oordeel wenste over medische urgentie en de problematiek van daklozen in het algemeen.
De Afdeling oordeelde dat zij alleen inhoudelijk kan toetsen indien er een actueel en reëel belang bestaat. Nu appellant inmiddels een woning heeft, ontbreekt dit belang. Ook het verzoek om proceskostenvergoeding leidt niet tot inhoudelijke behandeling. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring is niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant inmiddels een woning heeft en geen actueel belang meer heeft.