ECLI:NL:RVS:2021:2536
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielzaak na vernietiging besluit
De vreemdeling had op 5 augustus 2019 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 18 oktober 2021 het besluit vernietigde maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om voorlopige voorziening gegrond was en bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 15 november 2021 door voorzieningenrechter H.G. Sevenster in aanwezigheid van griffier mr. J.W. Prins. Hiermee is de vreemdeling voorlopig beschermd tegen uitzetting tijdens de procedure bij de Raad van State.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.