ECLI:NL:RVS:2021:2543
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens tatoeages
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 2 juli 2020 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond op 28 augustus 2020. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de vraag omtrent de betekenis van de tatoeages van de vreemdeling en de mogelijkheid om deze onder alle omstandigheden te bedekken reeds was beantwoord in eerdere uitspraken, waarin werd vastgesteld dat tatoeages niet altijd bedekt kunnen worden gehouden. Op basis van deze jurisprudentie oordeelde de Afdeling dat het hoger beroep gegrond is en dat het besluit van 2 juli 2020 vernietigd moet worden.
Daarnaast werd de uitspraak van de rechtbank vernietigd en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De Afdeling verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het besluit van 2 juli 2020 tot afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.