ECLI:NL:RVS:2019:3941
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens tatoeages
De staatssecretaris heeft op 29 juli 2019 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 24 oktober 2019 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling oordeelde dat de aangevoerde grieven, behalve de vraag over de betekenis van de tatoeages en het al dan niet kunnen bedekken daarvan, niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank leiden. De Afdeling verwees naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat tatoeages niet onder alle omstandigheden bedekt kunnen worden gehouden.
Op basis hiervan verklaarde de Afdeling het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris van 29 juli 2019. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd.