ECLI:NL:RVS:2021:2612
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onterecht niet-ontvankelijk verklaren beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde op 4 juni 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd buiten behandeling. De vreemdeling was reeds houder van een verblijfsvergunning als afgeleid recht van haar ex-echtgenoot, maar wenste een zelfstandig verblijfsrecht. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het besluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de vreemdeling wel procesbelang heeft omdat een zelfstandig verblijfsrecht een gunstigere positie biedt dan het afgeleide verblijfsrecht. De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling, waarbij het oordeel van de Afdeling in deze uitspraak in acht moet worden genomen.
Daarnaast veroordeelde de Raad van State de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die volledig toerekenbaar zijn aan professionele rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 12 november 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.