ECLI:NL:RVS:2021:2640
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over toepassing spoedeisende bestuursdwang inzake verkeerd aangeboden afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 10 november 2020 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een witte doos te verwijderen die naast een ondergrondse papiercontainer was aangetroffen. De doos was voorzien van een adreslabel met de naam en het adres van appellante, die betwist dat zij de doos verkeerd heeft aangeboden en stelt deze in de papiercontainer te hebben geplaatst.
Appellante voert aan dat de papiercontainer bijna vol was en vermoedt dat iemand anders de doos uit de container heeft gehaald. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat het vermoeden dat degene aan wie het afval kan worden herleid ook de overtreder is, geldt tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Appellante heeft dit niet aannemelijk gemaakt.
Verder is het bedrag van €126,00 dat in rekening is gebracht geen boete maar een deel van de kosten voor het verwijderen en afvoeren van het afval en de administratieve afhandeling. Appellante heeft onvoldoende onderbouwd waarom deze kosten onredelijk zouden zijn.
De Afdeling verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het college appellante terecht als overtreder heeft aangemerkt en de kosten mag verhalen. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het college mag de kosten van bestuursdwang bij haar verhalen.