ECLI:NL:RVS:2023:2324
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursdwang en kostenverhaal bij verkeerd aanbieden huishoudelijk afval in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 14 juli 2022 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos te verwijderen die naast een aangewezen inzamelvoorziening was aangetroffen. De doos was voorzien van een adreslabel met het adres van appellant, die daarom als overtreder werd aangemerkt en aansprakelijk gesteld voor een deel van de kosten.
Appellant betoogde dat hij de doos niet verkeerd had aangeboden en dat het college niet kon bewijzen dat hij verantwoordelijk was. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde het bewijsvermoeden dat degene tot wie afvalstoffen kunnen worden herleid, als overtreder geldt, tenzij voldoende twijfel wordt gezaaid. Appellant slaagde er niet in dit vermoeden te ontkrachten.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college terecht spoedeisende bestuursdwang kon toepassen zonder eerst een waarschuwing of zienswijze te vragen, vanwege het spoedeisende belang bij het voorkomen van overlast en vervuiling. Ook werd het kostenverhaal van €199,57 als redelijk beoordeeld, gezien de gemaakte kosten voor het verwijderen en afvoeren van de doos.
Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang en het kostenverhaal is ongegrond verklaard.