ECLI:NL:RVS:2021:2650
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring van geen bezwaar voor piloot wegens onvoldoende veiligheidsonderzoek
Appellante werd door KLM aangemeld voor een veiligheidsonderzoek en de afgifte van een verklaring van geen bezwaar (vvgb) voor de vertrouwensfunctie van piloot. De minister weigerde de vvgb omdat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) onvoldoende gegevens kon verkrijgen over een periode van ruim zes jaar verblijf in Qatar, een land waarmee geen samenwerkingsrelatie bestaat.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht het belang van nationale veiligheid zwaarder had gewogen dan het persoonlijke belang van appellante en dat de beleidsregel correct was toegepast. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij voldoende waarborgen bood en dat de minister onterecht de zogenaamde sprokkelmethode afwees, waarmee korte verblijven in Nederland en andere landen worden opgeteld.
De Raad van State volgde de rechtbank en minister in hun oordeel dat appellante niet voldeed aan de voorwaarde van minimaal vier jaar verblijf in Nederland of een samenwerkingsland gedurende de beoordelingsperiode. De sprokkelmethode werd verworpen omdat korte verblijven onvoldoende inzicht geven in het gedrag van de betrokkene. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en artikel 4:84 Awb Pro slaagden niet. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de verklaring van geen bezwaar wegens onvoldoende gegevens uit het veiligheidsonderzoek.