ECLI:NL:RVS:2021:2710
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 9 september 2021 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 18 november 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. Dit houdt in dat de vreemdeling niet wordt overgedragen zolang het hoger beroep loopt en nog niet is beslist. Deze beslissing is gebaseerd op eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak (ECLI:NL:RVS:2019:457).
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van €748,00, dat geheel toe te rekenen is aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan op 2 december 2021 door voorzieningenrechter C.M. Wissels, waarbij de griffier D.I. Schipper aanwezig was.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden overgedragen totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.