ECLI:NL:RVS:2021:2725
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep in asielprocedure
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake zijn asielaanvraag. Tijdens de procedure trok de vreemdeling het hoger beroep in en verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De staatssecretaris had het eerdere besluit ingetrokken en verklaarde de asielaanvraag in de nationale procedure te zullen behandelen, omdat de overdrachtstermijn van de Dublinverordening was verstreken. De Afdeling overwoog dat hoewel in sommige gevallen proceskosten kunnen worden toegekend wanneer de staatssecretaris tegemoetkomt, dit niet geldt indien de behandeling van de asielaanvraag alsnog wordt voortgezet vanwege tijdsverloop.
Daarom wees de Afdeling het verzoek af en oordeelde dat de staatssecretaris niet gehouden is tot vergoeding van de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 3 december 2021.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de staatssecretaris het besluit introk en de asielaanvraag alsnog in behandeling neemt.