ECLI:NL:RVS:2021:2783
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang bij afgewezen asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 5 oktober 2021 een aanvraag van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdelingen hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 18 november 2021 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens hebben zij hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. Dit betekent dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdelingen hebben gemaakt in verband met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening, een bedrag van € 748,00.
De uitspraak is gedaan op 13 december 2021 door voorzieningenrechter C.C.W. Lange, in aanwezigheid van griffier N. Tibold. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Deze voorlopige voorziening beschermt de vreemdelingen tegen uitzetting gedurende de duur van het hoger beroep en waarborgt hun recht op opvang en verstrekkingen.
Uitkomst: De vreemdelingen worden niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.