ECLI:NL:RVS:2021:2795
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling en inreisverbod
De vreemdeling was bij besluiten van 19 juli 2021 bevolen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en werd in bewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de bewaring gegrond en bepaalde opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel, terwijl het beroep tegen het uitzettingsbesluit ongegrond werd verklaard. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 13 december 2021 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze uitspraak waarborgt de rechtspositie van de vreemdeling tijdens de procedure en voorkomt onherstelbare gevolgen door voortijdige uitzetting. De maatregel is genomen op basis van de belangenafweging en eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.