ECLI:NL:RVS:2021:2797
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
De vreemdeling had bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag ingediend voor afgifte van een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt. Deze aanvraag werd op 24 december 2019 afgewezen. Tegen dit besluit maakte de vreemdeling bezwaar, dat eveneens ongegrond werd verklaard op 28 augustus 2020.
Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 12 mei 2021 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 14 december 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de aanvraag wordt bevestigd.