ECLI:NL:RVS:2021:2816
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A.W.M. Bijloos
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatige toepassing grensprocedure asiel
Appellant verzocht de rechtbank om de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen tot schadevergoeding wegens onrechtmatige toepassing van de grensprocedure bij zijn asielaanvraag aan de buitengrens. De rechtbank wees dit verzoek af omdat appellant geen beroep had ingesteld tegen het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel en schadevergoeding alleen via artikel 106 Vreemdelingenwet Pro 2000 mogelijk is na opheffing van zo'n maatregel.
In hoger beroep stelde appellant dat de schade niet voortkwam uit onrechtmatige detentie, maar uit de onrechtmatige toepassing van de grensprocedure zelf, en dat hij geen effectief rechtsmiddel had tegen dat besluit. De Afdeling oordeelde dat de bestuursrechter wel bevoegd is om te oordelen over schadevergoeding wegens onrechtmatige besluiten, maar dat appellant de onrechtmatigheid van het besluit tot toepassing van de grensprocedure niet aan de orde had gesteld in het beroep tegen het asielbesluit. Hierdoor moest het besluit als rechtmatig worden beschouwd.
De Afdeling concludeerde dat het verzoek om schadevergoeding daarom faalt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding wordt bevestigd.