ECLI:NL:RVS:2004:AR3356
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- R.W.L. Loeb
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beëindiging permanente bewoning recreatiewoning te Ermelo
Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Ermelo, had bij besluit van 13 februari 2002 gelast dat de permanente bewoning van een recreatiewoning op een perceel te Ermelo moest worden beëindigd. Dit besluit werd bevestigd bij bezwaar, maar de rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en schorste het besluit.
Het college stelde dat de wederpartij niet aannemelijk had gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf in de recreatiewoning had. De Raad voor de Rechtspraak oordeelde dat het college voldoende feiten had vastgesteld om het vermoeden van overtreding van het bestemmingsplan te onderbouwen, waaronder het ontbreken van een geldig postadres, waarnemingen van aanwezigheid buiten het recreatieseizoen, en het ontbreken van een aannemelijke verklaring voor hypotheekrenteaftrek.
De rechtbank had dit onvoldoende meegewogen, waardoor de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep gegrond verklaarde, het vonnis van de rechtbank vernietigde en de zaak terugwees voor verdere behandeling. Tevens werden de proceskosten vastgesteld en aan de rechtbank toegewezen om hierover te beslissen.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling.