ECLI:NL:RVS:2021:2897
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade door bestemmingsplan Kralingen-West
Appellant, eigenaar van een onroerende zaak te Rotterdam, verzocht het college van burgemeester en wethouders om tegemoetkoming in planschade als gevolg van het bestemmingsplan Kralingen-West. Dit verzoek werd door het college afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het advies van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ) waarop het college zich baseerde niet onafhankelijk was en dat de planvergelijking onjuist was. De Afdeling bestuursrechtspraak onderschreef het oordeel van de rechtbank dat er geen sprake was van partijdigheid en dat appellant onvoldoende concrete aanknopingspunten had aangevoerd om het advies te betwisten.
Verder werd geoordeeld dat appellant niet in een planologisch nadeligere situatie was gekomen en dat de verlaging van de WOZ-waarde niet het gevolg was van het bestemmingsplan. Ook het beroep op overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de totale procedure nog geen vier jaar had geduurd.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.