ECLI:NL:RVS:2021:2921
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor verhuur vier onzelfstandige woonruimten in eengezinswoning
Appellant verzocht om een omgevingsvergunning voor het verhuren van vier onzelfstandige woonruimten in een bestaande eengezinswoning in Sittard. Het college van burgemeester en wethouders weigerde deze vergunning, waarna op bezwaar gedeeltelijke verlening volgde. Tegen dit besluit stelde een omwonende beroep in, waarna de rechtbank het besluit vernietigde wegens een motiveringsgebrek en het college opdroeg een nieuw besluit te nemen.
Het college handhaafde het primaire besluit in het nieuwe besluit op bezwaar, stellende dat het beoogde gebruik in strijd is met het bestemmingsplan en een goede ruimtelijke ordening. Appellant voerde aan dat het plan onduidelijk is en dat het gebruik niet in strijd is met het bestemmingsplan, waardoor geen vergunning nodig zou zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog echter dat het bestemmingsplan duidelijk het gebruik van het perceel als wonen voor één huishouden voorschrijft en dat verhuur van vier onzelfstandige woonruimten niet onder deze definitie valt.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college terecht het gebruik als strijdig met een goede ruimtelijke ordening heeft aangemerkt vanwege mogelijke nadelige effecten op het woon- en leefklimaat, mede gelet op de nabijheid van een pand met negen kamerverhuureenheden. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college mag de omgevingsvergunning weigeren wegens strijd met het bestemmingsplan en de goede ruimtelijke ordening.