ECLI:NL:RVS:2021:2926
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving gebruik woning in strijd met voorbereidingsbesluit en bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen legde een last onder dwangsom op aan appellant wegens het gebruik van een woning op een perceel in Geesteren in strijd met het voorbereidingsbesluit en het ontwerpbestemmingsplan. Dit volgde op controles waaruit bleek dat de woning werd bewoond door meerdere arbeidsmigranten, wat volgens het voorbereidingsbesluit verboden is.
Appellant stelde dat het voorbereidingsbesluit geen betekenis meer had vanwege het niet tijdig vaststellen van het bestemmingsplan en dat het gebruik van de woning al vóór het voorbereidingsbesluit was aangevangen, waardoor het gebruik zou zijn toegelaten. De rechtbank verwierp deze argumenten en verklaarde het beroep ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. Zij oordeelt dat het voorbereidingsbesluit niet vervallen is door de termijnoverschrijding bij het vaststellen van het bestemmingsplan en dat het feitelijke gebruik van de woning voor kamerbewoning na de peildatum is begonnen, waardoor het gebruik in strijd is met het verbod. Ook het beroep op het fair-playbeginsel en de invordering van de dwangsom worden verworpen.
De Afdeling benadrukt dat het voorbereidingsbesluit een doel heeft om ongewenst gebruik tijdens de planvoorbereiding te voorkomen en dat het college terecht handhavend is opgetreden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de dwangsominvordering blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de dwangsominvordering bevestigd.