ECLI:NL:RVS:2021:2969
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en intrekking verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 8 april 2020 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken, haar onmiddellijke vertrek uit Nederland bevolen en een inreisverbod opgelegd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 15 november 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht zij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 27 december 2021 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op de belangenafweging en eerdere jurisprudentie, waarbij wordt voorkomen dat de vreemdeling onherstelbare schade lijdt door voortijdige uitzetting. De uitspraak bevestigt het belang van het waarborgen van een eerlijk proces en het respecteren van het recht op toegang tot het bestuursrechtelijk hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.