ECLI:NL:RVS:2021:2985
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling door Raad van State
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 13 november 2021 een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit op 2 december 2021 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die beantwoording in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming vereisten.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd niet verplicht proceskosten te vergoeden. Het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 27 december 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.