ECLI:NL:RVS:2021:2987

Raad van State

Datum uitspraak
27 december 2021
Publicatiedatum
27 december 2021
Zaaknummer
202107482/2/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83, lid 3 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 21 oktober 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het hoger beroep was beslist.

De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457) een voorlopige voorziening passend is in deze situatie. Omdat de vreemdeling niet aannemelijk maakte dat een extra termijn van vier weken noodzakelijk was, werd dit verzoek afgewezen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand.

De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond en legde de proceskostenveroordeling op aan de staatssecretaris.

Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

202107482/2/V3.
Datum uitspraak: 27 december 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 24 november 2021 in zaak nr. NL21.16986 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 21 oktober 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 24 november 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet tot vier weken nadat op het hoger beroep is beslist.
2.       Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457). Omdat de vreemdeling niet heeft onderbouwd waarom een extra termijn van vier weken in zijn geval nodig is, komt dat deel niet voor toewijzing in aanmerking.
3.       De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt uitgezet, totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist;
II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 748,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. C.C.W. Lange, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Schippers, griffier.
w.g. Lange
voorzieningenrechter
w.g. Schippers
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 december 2021
18-962