ECLI:NL:RVS:2021:2992
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 22 oktober 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en bepaalde dat hij Nederland binnen vier weken moest verlaten. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 2 december 2021 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om voorlopige voorziening gegrond was en bepaalde dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 27 december 2021, in aanwezigheid van griffier G.A. van de Sluis. Hiermee werd de vreemdeling tijdelijk beschermd tegen uitzetting gedurende de behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.